Struktuur en genese, 1997 (vol.10)

Struktuur en genese, 1997 (vol.10)

Inhoudsopgave
Ewald Vervaet, Taalvoorbeelden van de onderzoekscyclus – II, p.4-30.
Ewald Vervaet, Het Nieuwetijdse denken doorgelicht, p.30-31.
Rob Kooijman en Ewald Vervaet, Is de onderzoekscyclus zelfgeldig?, p.32-42.

—————

Samenvatting van ‘Taalvoorbeelden van de onderzoekscyclus – II’:
Net als de twee taalkundige onderwerpen in Struktuur en genese, 1996 zijn ook de volgende taalkundige ontdekkingen en onderwerpen volgens de onderzoekscyclus gegaan (voor die cyclus zie bijvoorbeeld de punten a, b en c in het artikel ‘Is de onderzoekscyclus zelfgeldig?’ hieronder):
3. De ontcijfering van de hiërogliefen door de Fransman Champollion (1790-1832) aan de hand van de Steen van Rosette.
4. Het ontdekken van de Griekse letter ‘wau’ (ongeveer onze letter w) door de Engelsman Bentley (1662-1742) vanuit metrische afwijkingen bij Homerus. De ‘wau’ is daadwerkelijk aangetoond op archeologische inscripties en in de vergelijkende taalkunde. Precies zoals de ‘wau’ geheel uit het Grieks is verdwenen, zo is de w verdwenen uit het Nederlandse woord ‘zoet’ (maar niet in het Engelse ‘sweat’ en het Friese ‘swiet’), uit het Nederlandse ‘zuster’ (maar niet uit het Duitse Schwester), uit het Franse ‘deux’, het Deense ‘to’ en, wat de uitspraak betreft, het Engelse ‘two’ (maar niet uit het Nederlandse ‘twee’, het Duitse ‘zwei’, het Italiaanse ‘due’, enzovoort), uit het Deense ‘sort’ (maar niet uit het Nederlandse ‘zwart’, het Duitse ‘schwarz’ en het Oud-Engelse ‘sweart’).
5. De behandeling van de Nederlander Breukelman (1916-1993) van het feit dat in de Griekse tekst van Mattheüs 1:2-16a over Jezus’ afstamming na 39 ‘egennèsen’ (hij verwekte) in 1:16b ‘egennèthen’ (hij werd verwekt) staat: na ‘Abraham verwekte Izaak. Izaak verwekte Jakob. […] Jakob verwekte Jozef’ staat er: ‘Maria, uit wie verwekt werd Jezus’.
6. De behandeling door de Duitser Oldenberg (1854-1910) van de Oepanisjaden die enerzijds het kennen van de Atman en dus van de Brahman vooropstellen en anderzijds dat kennen als onmogelijk voorstellen.
7. Het feit dat kinderen in luttele jaren hun moedertaal leren, wordt door Chomsky met een aangeboren taalverwervingsmechanisme verklaard. Daar pleiten enkele zaken vóór maar ook tegen. In het genetische strukturalisme van de Zwitser Piaget, Vervaet zelf en anderen wordt genoemd feit ook verklaard terwijl de bezwaren tegen Chomsky’s theorie worden weggenomen.
8. Creoolse talen zoals het Sranan, het Saramakaans, het Papiamento, het Haïtiaans en het Negerhollands vertonen onderling opvallende overeenkomsten en verschillen in die overeenkomsten van alle andere talen. Bijvoorbeeld, de eenvoudigste werkwoordsvorm in een Creoolse taal duidt niet de tegenwoordige tijd aan, zoals in niet-Creoolse talen, maar de verleden tijd (of eigenlijk de ‘anterieure tijd’): de Haïtiaanse zin ‘li li’ betekent niet ‘hij leest’, maar ‘hij las’, terwijl ‘l’apè li’ ‘hij is aan het lezen’ betekent. Twee groepen van theorieën trachten die overeenkomsten te verklaren. Mede bekeken vanuit de ontwikkelingspychologie lijkt de groep waartoe ook de Portugees Coelho (1847-1919) en de Amerikaan Bickerton (geboren in 1926) behoren, aan de winnende hand te zijn.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Het Nieuwetijdse denken doorgelicht’ (bewerking van artikel in Student, september 1996):
Bespreking van De kool en de geit in de Nieuwe Tijd (red. Moerland; 1996).
Twaalf onderzoekers proberen een antwoord te vinden op de vraag naar de brede ingang die het Nieuwetijdse denken (New Age) heeft gevonden. Ontkerkelijking lijkt niet de doorslaggevende factor te zijn. Men betrekt ook de wetenschap in z’n beschouwingen, zonder daarbij een onderscheid te maken tussen empirische wetenschappen zoals de natuurkunde, de economie en de taalkunde (zie bovenstaand artikel) aan de ene kant en empiristisch-positivistische wetenschappen (naar Vervaets idee pseudowetenschappen) zoals de testpsychologie, de jurimetrie en de econometrie aan de andere kant.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Is de onderzoekscyclus zelfgeldig?’:
Zelfgeldigheid wil zeggen dat een begrip, uitspraak of stelsel uitspraken ook voor zichzelf opgaat. De uitspraak ‘Deze zin bevat vijf woorden’ is zelfgeldig, maar de uitspraak ‘Dit is een Italiaanstalige zin’ niet. Een geldige kennistheorie moet zelfgeldig zijn. Ze maakt er immers aanspraak op dat ze op houdbare wijze beschrijft hoe geldige kennis tot stand komt, niet alleen in de natuurkunde (Newtons zwaartekrachttheorie, Maxwells elektrodynamica, enzovoort) of in de taalkunde (zie het eerste artikel hierboven), maar ook in de kenleer. Klopt het bijvoorbeeld dat Descartes’ rationalisme – zo het al op houdbare wijze beschrijft hoe houdbare natuurkundige en taalkundige kennis tot stand komt – tot stand is gekomen door ‘helder en welonderscheiden’ te denken? En is het houdbaar dat het empirisme en het positivisme via de zintuigen respectievelijk uit berekeningen tot stand is gekomen? Driewerf nee!
Zo kunnen we ons ook afvragen of de onderzoekscyclus aan z’n eigen drie stappen voldoet.
a. Tracht die cyclus iets te verklaren? Ja, het feit dat er geldige en betrouwbare kennis zoals in Newtons zwaartekrachttheorie en in Bentley’s theorie over de wau tot stand is gekomen.
b. Is de cyclus een verklaringspoging in verband met punt a? Ja, hij bestaat uit de drie stappen a, b en c: te verklaren iets –> verklaringspoging –> aan feiten nagetrokken verklaring.
c. Is de cyclus een houdbare verklaringspoging? Ja, hij is nagetrokken voor de ontdekking van aardolie (zie Struktuur en genese, 1989), voor de uitvinding van kleurenblindheidsplaten (zie Struktuur en genese, 1990 en Struktuur en genese, 1991), voor de ontdekking van AIDS (zie Struktuur en genese, 1991), voor de ontdekking van Amerika (zie Struktuur en genese, 1992), voor de ontdekking van de kernramp bij Tsjernobyl (zie Struktuur en genese, 1996) en voor diverse taalkunde verschijnselen en feiten (zie Struktuur en genese, 1996 en hierboven), om ons maar te beperken tot publikaties die in Struktuur en genese zijn verschenen. We noemen nog één andere geschiedenis waarvoor de onderzoekscyclus is nagetrokken en houdbaar is gebleken: de geschiedenis van de zwaartekrachtleer, van Plato via Copernicus, Kepler, Galilei en Newton tot Einstein; zie E. Vervaet, Strukturalistische verkenningen in kennisleer en persoonlijkheidsleer, proefschrift Universiteit van Amsterdam, 1986, p.103-124.
De onderzoekscyclus is dus zelfgeldig. Gezien punt c is hij zeker niet ‘louter zelfgeldig’. Een louter zelfgeldige theorie heeft namelijk geen verwijzing buiten zichzelf. Descartes’ rationalisme is daar een voorbeeld van: Descartes zal zijn theorie stellig ‘helder en welonderscheiden’ gedacht hebben, maar de rest van de wetenschapsgeschiedenis pleit ertegen.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.