Struktuur en genese, 1999 (vol.12)

Struktuur en genese, 1999 (vol.12)

Inhoudsopgave
Ewald Vervaet, Het ontstaan van het zelfgevoel – V, p.4-58.

—————

Samenvatting van ‘Het ontstaan van het zelfgevoel – V’:
In de ontwikkelingspsychologische fase tussen 22 en 26 maanden zegt het kind twee of meer woorden in één ademtocht achter elkaar – in zogeheten gebonden zinnen – in plaats van, zoals in de vorige fase, er een korte pauze tussen te laten vallen, geeft het verzamelingen weer zoals ‘Opa, oma, Marcel’ (als opa, oma en oom Marcel net op bezoek zijn geweest) of ‘1, 2, 3, 6, 3, 4, 6’ (als het duplostenen één voor één in een schaal doet), gebruikt het verzamelingwoorden als ‘ook’, ‘nog’, ‘ander’, ‘mee’ en ‘samen’, combineert het woorden die bij elkaar horen zoals ‘auto’ en ‘rijden’ tot ‘auto rijden’ en ‘poes’ en ‘miauw’ tot ‘poese-miauw’, stelt het de eerste vragen als ‘Drinken?’ en ‘Is dat?’ (dus zonder ‘wie?’ of ‘wat?’), gebruikt het namen om andermans aandacht te trekken – dus in de zogeheten vocatief – zoals in ‘Mama, kijken’ (voor ‘Mama, je moet kijken’) of ‘Diana, hebben?’ (voor ‘Diana, mag ik dat hebben?’), verbindt het twee noppers (twee staafjes met uitsteeksels, waarmee twee staafjes aan elkaar vastgemaakt kunnen worden) met elkaar, draait het een blikje met onderin de afbeelding van een poes naar de ander toe zodat deze de poes kan zien, geeft het aan dat het geïmiteerd wil worden en duidt het toestandsveranderingen aan zoals in ‘Effe lezen’ als het in een prentenboek begint te kijken of in ‘Kapot’ als iets stuk is. Wat dat laatste betreft, het kind heeft nu echter geen tijdbesef want op de vraag ‘Wie heeft hier net mee gespeeld?’ als het bijvoorbeeld net met noppers heeft gespeeld, geeft het geen antwoord.
Op subjectief vlak geeft het kind in deze fase gevoelens weer die op één of andere manier samengesteld zijn, bijvoorbeeld omdat twee of meer mensen ergens hetzelfde gevoel bij hebben zoals in ‘Mama ook drinken’, omdat het ene gevoel het andere oproept zoals in ‘Sesamstraat kijken’ op het horen van het woord ‘knoppen’ (in de contekst van een wasmachine), omdat het kind een activiteit nog eens wil zoals in ‘Nog ijs’ (als het een tweede ijsje wil) of omdat het aangeeft het ene wel en het andere niet te willen zoals in ‘Nee, auto’ (als het het aangebodene speelgoed niet wil maar wel z’n auto).
Tot slot de wijze waarop het kind zich tussen 22 en 26 maanden ervaart. Om te beginnen ervaart het zichzelf nu pas als iemand die ook een naam heeft – in de vorige fase duidde het anderen wel met een naam aan, maar zichzelf niet: tweelingen bijvoorbeeld kennen eerst elkaars naam en pas een maand of vier later de eigen naam; zie Struktuur en genese, 1998. Ook ervaart het zich als iemand die op dat moment tot een bepaalde verzameling behoort, zoals Isa die ‘Papa, mama, Simone, Isa’ zegt als zij, haar ouders en haar oudere zus Simone televisie aan het kijken zijn. Het kind duidt in deze ontwikkelingsfase beide helften van een eeneiige tweeling met dezelfde naam aan in plaats van elk met z’n eigen naam – dit is het zogeheten exemplariseren: Hester noemt niet alleen Kim ‘Kim’, maar ook Kims tweelingzus Natasja ‘Kim’. Dat exemplariseren komt ook tot uiting in het feit dat het kind iedere zwarte man of vrouw als ‘Bert’ aanduidt, als het een zwarte kent die Bert heet. Bij tweelingen is ook de zogeheten oversteekruil te zien: de ene tweelinghelft neemt op zachtaardige wijze het speelgoed van de andere tweelinghelft af en geeft ondertussen het eigen stuk speelgoed aan de ander terwijl deze het gegevene aanneemt en het eigen stuk speelgoed zonder morren afstaat. Zoals boven is aangestipt: het kind heeft nu geen tijdbesef en ervaart zich dus allerminst als iemand met een geschiedenis en wel als levend in een ‘eeuwig heden’. Kortom, in deze fase ervaart het kind zichzelf als iemand die een naam heeft en in het heden leeft, en ervaart het zichzelf en anderen als behorende tot bepaalde verzamelingen.
Al deze vermogens zijn mogelijk doordat het kind vanaf een maand of 22 twee of meer woorden en andere mentale beelden, die al in de vorige fase zijn ontstaan (zie Struktuur en genese, 1998), met elkaar kan verbinden.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.