Struktuur en genese, 2006 (vol.19)

Struktuur en genese, 2006 (vol.19)

Inhoudsopgave
Ewald Vervaet, Het positivisme en zijn ongeldigheid, p.4-11.
Ewald Vervaet, De genese van schrijven, lezen, tellen, rekenen en kloklezen, p.12-42.
Ewald Vervaet, Transduceren, generaliseren en de taalontwikkeling in de fasen 11-13, p.43-54.

—————

Samenvatting van ‘Het positivisme en zijn ongeldigheid’:
De term ‘positivisme’ wordt hier verstaan in de zin van de positivistische onderzoeksmethode. Daarin tracht men met behulp van onder meer puntsschalen, correlatiecoëfficiënten en regressieanalyses (maar ook faktoranalyses en variantieanalyses) tot geldige, inzichtelijke en/of toepasbare kennis te komen. Voorbeelden van positivistische psychologie zijn IQ-tests, persoonlijkheidsvragenlijsten, meerkeuzetoetsen.
De basisaanname van het positivisme is dat kennis uit de buitenwereld bij de kenner of onderzoeker binnen zou komen. Dat proces heet inductie, terwijl inductie met name in de natuurwetenschappen aangetroffen zou worden. Dat laatste is niet het geval en inductie in de zin van ‘komen van feiten tot inzichten’ bestaat zelfs in het geheel niet: niet bij het kind, niet in het leven van alledag en ook niet in de wetenschappen. Natuurwetenschappelijke kennis is steeds volgens abductie tot stand gekomen: de onderzoeker werpt voor een nog onbegrepen verschijnsel een verklaringspoging op en trekt die verklaringspoging met nieuwe feiten na. Zie onder meer de totstandkoming van Newtons zwaartekrachttheorie en -wet van 1687 en Einsteins algemene relativiteitstheorie van 1915 vanaf Plato’s geocentrische 8-sferentheorie en via Copernicus’ heliocentrische theorie van 1543.
Tot zover de inductieve of empiristische vooronderstelling van het positivisme, die niet houdbaar is. Langs inductieve weg is dan ook nooit kennis tot stand gekomen in de psychologie en andere niet-natuurwetenschappelijke vakken. Positivisten hebben daarom sedert 1845 allerlei reken- en wiskundige middelen aangewend om alsnog kennis uit theorieloze data te destilleren; zie Struktuur en genese, 2004, vol.17, p.26-54, met name de delen V. Puntsschalen, correlatiecoëfficiënten en regressieanalyses zijn daar de oudste en ook bekendste voorbeelden van. Puntsschalen brengen echter een theorieloze metriek aan terwijl getalsmatige metingen in de natuurwetenschappen altijd theoriegebonden en -gestuurd zijn. En correlatiecoëfficiënten en regressieanalyses zijn gebaseerd op een begrip van de meetfouttheorie in de natuurwetenschappen, dat niet houdbaar is.
Het is tijd dat positivistische wetenschapsbeoefening van de universiteiten verdwijnt. Onderzoeksprogramma’s die tot nu toe op inductieve en empiristisch-positivistische leest waren geschoeid, zijn doorgaans om te bouwen tot abductieve en feitelijk-empirische vormen van wetenschapsbeoefening.

Klik hier voor een volledige weergave van ‘Het positivisme en zijn ongeldigheid’.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘De genese van schrijven, lezen, tellen, rekenen en kloklezen’:
Tussen 3 jaar en 8,5 jaar blijken er vier fasen te zijn. Dat is eerder aangetoond voor het nakleuren van een kleurplaat, het intekenen van het vloeistofnivo in een schuine fles en het spelen van boter-kaas-en-eieren; zie Struktuur en genese, 2005, vol.18, p.25-54. Die fasen worden teruggevonden in de ontwikkeling van het schrijven, het lezen, het tellen, het rekenen en het kloklezen. We lopen ze achtereenvolgens langs.

Schrijven
In fase 11 (3 jaar – 3 jaar en 9 maanden) schrijft het kind vrijvormig: het maakt eigen letters maar reproduceert die niet – als het bijvoorbeeld Rutger heet, doet het geen poging de eerste eigen letter en de laatste eigen letter op elkaar te laten lijken, hoewel aan het begin en aan het eind van ‘rutger’ wel dezelfde klank /r/ te horen is.
In fase 12 (3 jaar en 9 maanden – 4 jaar en 6 maanden) schrijft het kind eigenfiguurlijk: het maakt eigen letters; weliswaar reproduceert het die maar een gereproduceerde letter komt niet met dezelfde klank overeen.
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) schrijft het kind spiegelbeeldig: het neemt de letters van zijn omgeving over, maar het spiegelt sommige (zoals И in plaats van N) en verwisselt letters binnen één woord.
In fase 14 (6 jaar en 6 maanden – 8 jaar en 6 maanden) schrijft het kind conventioneel: het schrijft consekwent van links naar rechts en het spiegelt geen letters meer.

Lezen
In fase 11 (3 jaar – 3 jaar en 9 maanden) is er het etiketlezen: het kind herkent bepaalde woorden zoals zijn eigen naam.
In fase 12 (3 jaar en 9 maanden – 4 jaar en 6 maanden) is er het fantasielezen: het kind verzint een verhaal bij wat is geschreven of bij wat het zelf eigenfiguurlijk heeft geschreven.
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) leest het kind losletterig: het herkent conventionele letters en leest woorden van twee letters, maar niet van drie of mee letters. Een bijzondere vorm van losletterig lezen is het deel-voor-geheel-lezen. Rutger, die zijn naam als RUTGER schrijft meen dat RUG ook als ‘Rutger’ gelezen moet worden, maar dat de schrijver enkele letters is vergeten…
In fase 14 (6 jaar en 6 maanden – 8 jaar en 6 maanden) leest het kind conventioneel: het leest woorden van drie of meer letters doordat het heen en weer kan gaan tussen het voorwaartse kennisnemen van de verschillende letters enerzijds en het terugkoppelen van de klanken aan de voorafgaande klanken anderzijds – ‘melk’ bouwt het zo vanuit /m/ via /me/ en /mel/ op tot /melk/.

Tellen
In fase 11 (3 jaar – 3 jaar en 9 maanden) telt het kind partieel-opeenvolgend: het noemt kleine groepjes getallen achter elkaar op maar gooit de groepjes door elkaar en is ook onvolledig – het telt bijvoorbeeld volgens ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 9, 1, 4, 1, 4, 1, 2, 3, 1, 2, 3′.
In fase 12 (3 jaar en 9 maanden – 4 jaar en 6 maanden) telt het kind groeperend: de groepjes van fase 11 breiden zich uit en lacunes worden opgevuld.
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) telt het kind correct maar onomkeerbaar: het telt bijvoorbeeld van 1 tot 20 maar kan niet van 20 naar 1 terugtellen en weet ook niet hoe het erachter kan komen wat er vóór 20 komt.
In fase 14 (6 jaar en 6 maanden – 8 jaar en 6 maanden) telt het kind correct en omkeerbaar: het telt bijvoorbeeld van 1 tot 20 maar ook terug van 20 naar 1 – als het bijvoorbeeld na ’20, 19, 18′ blijft steken telt ’t vanaf 1 weer voorwaarts om goed op te letten wat er vóór 18 komt, namelijk 17, om dan verder terug te tellen als ’20, 19, 18, 17′.

Rekenen
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) is er het tel-optellen: het kind rekent 5+3 uit door drie keer vanaf 6 verder te tellen – via ‘6, 7, 8’ (dus eigenlijk via 5+1+1+1) komt het erachter dat 5+3=8.
In fase 14 (6 jaar en 6 maanden – 8 jaar en 6 maanden) is er het relationele rekenen: het kind rekent 5+3 in één keer uit als 5+3=8; het optellen wordt bovendien omkeerbaar tot het aftrekken: 8-3=5, wat tevens een verkorting is van het herhaalde terugtellen volgens ‘7, 6, 5′. Op die manier beschikt het over verschillende wegen om 7+8=15 uit te rekenen (als het dat nog niet uit het hoofd kent): 7+8=7+(7+1)=(7+7)+1=14+1=15; 7+8=(8-1)+8=(8+8)-1=16-1=15; 7+8=7+(3+5)=(7+3)+5=10+5=15.

Kloklezen
In fase 12 (3 jaar en 9 maanden – 4 jaar en 6 maanden) is er het willekeurige kloklezen: het kind leest 3u00 bijvoorbeeld af als ’13 laat’ of 8u00 als ‘kwart over uur’ (dus zonder enig getal).
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) is er het projectieve kloklezen: het kind leest de hele uren goed af, maar gooit de twee wijzers door elkaar – het stelt 5u00 bijvoorbeeld in met de grote wijzer op 5 en de kleine op 12 in plaats van andersom.
In fase 14 (6 jaar en 6 maanden – 8 jaar en 6 maanden) is er het conventionele kloklezen: het kind leest de hele uren, de halve uren, de kwartieren en de overige tijden (in deze volgorde) goed af en stelt ze goed in.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Transduceren, generaliseren en de taalontwikkeling in de fasen 11-13’:
Op het gebied van het logische denken en de gesproken taal doen zich ten minste drie respectievelijk vijf nieuwe verschijnselen voor vanaf ongeveer de derde verjaardag. We stippen eerst de logica aan en daarna taal.

Logisch denken
In fase 11 (3 jaar – 3 jaar en 9 maanden) leert het kind transductief te redeneren: het vraagt zich bij het bekijken van plaatjes over vogels bijvoorbeeld af of de volgende vogel ook eieren legt. Dat wil zeggen, het draagt een concreet-feitelijk verband als ‘leggen’ tussen twee identiteiten (ene vogel en ene ei) over op twee andere concrete identiteiten (andere vogel en ander ei).
In fase 12 (3 jaar en 9 maanden – 4 jaar en 6 maanden) leert het kind te generaliseren: het concludeert al bij voorbaat, na van één of meer vogels begrepen te hebben dat die eieren legt/leggen, dat alle vogels eieren leggen. Ook leert het omgekeerd te deduceren, bijvoorbeeld door zich af te vragen of er muggen in eikels zitten als het eenmaal heeft begrepen dat muggen uit eikebomen komen en eikebomen uit eikels.

Taalontwikkeling
In fase 11 (3 jaar – 3 jaar en 9 maanden) komen bij werkwoorden als ‘schamen’ en ‘verheugen’ de wederkerende werkwoorden op (voordien zegt het kind ‘papa schaamt daarover’, maar nu ‘papa schaamt zich daarover’), vormt het kind nieuwe woorden door gebruik te maken van zogeheten morfologische regels (het zegt bijvoorbeeld ‘gebord’ bij een cirkusartiest door vele borden op stokjes draaiende houdt – ‘ge-‘ kan immers een herhaalde handeling uitdrukken), maakt het zinnen als ‘de trui is groter dan de broek’ en ‘de paal is even lang als het touw’ en vormt het betrekkelijke bijzinnen als ‘is dat ’t zwarte gat waar de schoorsteenveger altijd in kruipt?’.
In fase 13 (4 jaar en 6 maanden – 6 jaar en 6 maanden) drukt het kind voorvallen die gebeurd hadden kunnen zijn maar niet hebben plaatsgevonden (de zogeheten irrealis) uit, zoals ‘als ik niet zoveel kersen zou hebben gegeten, zou ik nu geen buikpijn hebben’.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————————————————————————————

Laatste bewerking van deze webpagina: 8 februari 2007.