Struktuur en genese, 2009 (vol.22)

Struktuur en genese, 2009 (vol.22)

Inhoudsopgave
Ewald Vervaet, Van voornaam-zeggen naar ‘ik’-zeggen, p.4-19.
Ewald Vervaet, De ontdekking van Amerika – II, p.20-27.
Ewald Vervaet, Intelligentie en de erfelijkheid-omgeving-kwestie – II, p.28-32.
Ewald Vervaet, Enkele uitbreidingen van Freuds kerntheorie van 1893, p.33-41.
Ewald Vervaet, Schets van een cursus Ontdekkend leren lezen en schrijven, p.42-46.

—————

Samenvatting van ‘Van voornaam-zeggen naar “ik”-zeggen’:
Ewald Vervaet maakt voor ’t eerst kennis met ’n ontwikkelingspsychologisch verschijnsel als hij ’n jaar of 10, 11 is. Theo van bijna 2, die geregeld bij de buren komt logeren, duidt zichzelf met zijn voornaam aan: ‘Eo al pelen’ (voor ‘Theo (wil met) alles spelen’) en dergelijke. Dit verschijnsel, ’t voornaam-zeggen, vindt zijn verklaring in fase 8 (gemiddeld 22-26 maanden). ’t Fase-8-kind is namelijk in staat om twee mentale beelden met elkaar te verbinden. Dat komt tot uiting in woorden als ‘ook’ (‘Poes, ook poes’ voor twee poezen) en ‘kapot’ (eerst heel, nu ’n stuk eraf of ’n scheur erin), maar ook in de eigen naam. ’t Feit dat Theo begrijpt dat hij ‘Theo’ heet, berust op twee mentale beelden: de naam ‘Theo’ en ’t ruimtelijke mentale beeld dat hij van zichzelf heeft wanneer hij als ’t ware vanuit ’n punt buiten zichzelf naar zichzelf ‘kijkt’.
De oudste bekende beschrijving van ’t voornaam-zeggen is van de Duitse filosoof Kant, uit 1798. [Als u ’n oudere kent, wilt u dan schrijven aan infostichtinghistos.nl? Bij voorbaat heel veel dank!] De meeste auteurs die over ’t voornaam-zeggen en/of ’t ‘ik’-zeggen schrijven, sluiten nauwelijks bij voorgangers aan – men geeft er hooguit ’n (ietwat) andere verklaringspoging voor. Wie erover schrijven, zijn onder meer de Britse bioloog Darwin, de Duitse fysioloog Preyer en de Nederlandse taalkundige Van Ginneken.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘De ontdekking van Amerika – II’:
Columbus wordt doorgaans de ontdekker van Amerika genoemd. Dat is maar ten dele terecht want zelf meent hij in 1492 dat hij ’n eilandengroep in West-Indië heeft ontdekt. In 1498 meent Columbus naar aanleiding van ’n grote hoeveelheid zoet water dicht bij de kust dat hij ’n ‘heel groot continentaal land’ heeft ontdekt. In 1500 meent Vespucci dat de streken waar hij is, ’n ‘heel groot land van Azië’ zijn en in 1502 ‘nieuw vasteland’. Pas in 1504 spreekt hij zich uit in termen van ’n ‘nieuwe wereld’. Pas naar aanleiding van de eerste vaartocht om de wereld door Magellaan en de zijnen (1519-1522) en vanwege de geweldig grote afstand tussen wat tegenwoordig de ‘Straat van Magellaan’ heet, en Azië, gaat men inzien dat er ten westen van Europa en ten oosten van Azië ’n geheel nieuw continent ligt, maar dan nog duurt ’t vele decennia alvorens men zich de volle omvang daarvan realiseert.
Dit alles mag in 2009 ’n merkwaardige indruk maken, maar dit proces is toch geheel logisch gegaan – door vermoedens op te werpen (‘is die inham de monding van ’n rivier, de opening van ’n baai of ’t begin van ’n zeestraat?’) en die vervolgens na te trekken.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Intelligentie en de erfelijkheid-omgeving-kwestie – II’:
In 1936 geeft Piaget ’n verklaring(spoging) voor de herkomst van onze intelligentie, die vijf factoren telt. Dat wil zeggen (met die factoren schuin gedrukt), ’t biologische organisme en de omgeving zijn twee noodzakelijke voorwaarden maar de doorslag wordt gegeven door de wisselwerking van ’t kind met zijn fysische en sociale omgeving – in ’t geval van objectieve kennis respectievelijk tussenmenselijke kennis (gebruiken, spelregels, contracten en dergelijke). Uit die wisselwerking komt eerst ’n psychologische structuur voort en elke volgende psychologische structuur komt tot ontwikkeling uit de vorige.
Door de neurologische ontdekkingen en nieuwe neurologische inzichten van de afgelopen decennia kan (en moet) Piagets factor ‘organisme’ gedifferentieerd worden naar de factor ‘erfelijkheid’ en de groei van de neuronale uitlopers waardoor er steeds weer nieuwe neurologische systemen ontstaan, kortweg de factor ‘neurologie’. Ewald Vervaets verklaring(spoging) voor de herkomst van onze intelligentie wordt uitvoerig uiteengezet in zijn boek Het raadsel intelligentie en telt zes factoren: erfelijkheid en omgeving als voorwaarden, met neurologie en wisselwerking als doorslaggevende factoren. Uit de erfelijke motorische reflexen en zintuiglijke reacties ontstaat rond de eerste maand ’n eerste psychologische structuur, namelijk ‘afgestemdheid’ zoals in ’t ‘staren’ en in ’t ‘blijven knijpen’. Rond de vierde maand komt daaruit ’n tweede psychologische structuur tot ontwikkeling (namelijk ‘effectbewerking’ zoals in ’t ‘grijpen naar wat je ziet’), rond de achtste maand komt daaruit ’n derde psychologische structuur tot ontwikkeling (namelijk ‘regelmaat’ zoals in scheidingsangst en angst voor vreemden), rond de twaalfde maand komt daaruit ’n vierde psychologische structuur tot ontwikkeling (namelijk ‘gevarieerdheid’ zoals in ’t wijzen en in ’t krassen met ’n potlood), enzovoort.
Piagets vijfledige theorie is al in 1936 ’n houdbare verklaringspoging maar speelt in ’t erfelijkheid-omgeving-debat sedertdien doorgaans nauwelijks ’n rol. Hier kunnen zes factoren voor worden aangedragen. In ontwikkelingspsychologisch opzicht is de belangrijkste factor dat er in Piagets werk ’n kloof zit. Zijn onderzoek bestrijkt namelijk enerzijds de periode van geboorte tot 1,5-2 jaar en anderzijds 4,5-5 tot 11-12 jaar. De laatste tijd is de kloof tussen 1,5-2 en 4,5-5 jaar gedicht en daarom kunnen we bovenstaande gedachtegang voortzetten tot: Rond 4,5 jaar ontwikkelt zich uit de voorgaande psychologische structuur ’n dertiende psychologische structuur (namelijk ‘onomkeerbare abstract-logische relaties’ zoals in ’t vooruittellen en ’t rijmen), rond 6,5 jaar ontwikkelt zich daaruit ’n veertiende psychologische structuur (namelijk ‘omkeerbare abstract-logische relaties’ zoals in ’t kunnen lezen, schrijven en terugtellen), enzovoort.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Enkele uitbreidingen van Freuds kerntheorie van 1893′:
De allereerste psychologische theorie voor onze psyche is van Freud, uit 1893. ’t Bestaat uit ’n samenspel tussen de vrije associatie in ’t bewuste en de afweer vanuit ’t onbewuste. Daarbij zijn ‘vrije associatie’ en ‘onbewuste’ in eerste instantie verklaringspogingen voor een of meer verschijnselen, terwijl Freud ze vanwege de diensten die ze hem bij zijn patiënten bewijzen, feitelijk houdbaar acht.
Op precies dezelfde wijze zijn ook Jungs begrip collectief onbewuste, Ranks begrip geboortetrauma, Horney’s begrip baarmoedernijd, Freuds driedeling Es-Ich-Überich, Federns Ichgevoelens en Bernes driedeling Kind-Volwassene-Ouder tot stand gekomen.
Deze enkele voorbeelden laten zien wat algemeen geldt, namelijk dat de persoonlijkheidsleer (en dus ook de theorie van de psychotherapie) ’n stamboom vormt sedert Freuds kerntheorie van 1893. In en vanuit die stamboom worden de verschillende persoonlijkheidstheorieën steeds meer ’n eenheid, waarin ook steeds meer recht gedaan wordt aan allerlei facetten van ’t leven (seksualiteit, man-vrouw-verschillen, betekenis van ouders maar ook grootouders en overgrootouders, enzovoort).

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————

Samenvatting van ‘Schets van een cursus Ontdekkend leren lezen en schrijven’:
De hoofdconclusie van Ewald Vervaets boek Het raadsel intelligentie luidt dat kennis tot stand komt in ’n wisselwerkingsproces tussen ’t kind en zijn omgeving; zie ook ‘Intelligentie en de erfelijkheid-omgeving-kwestie – II’ hierboven. Dat wil zeggen, ’t kind dient waar mogelijk de gelegenheid te krijgen de dingen zélf te ontdekken. Dit zelf ontdekken houdt voor leren lezen en schrijven twee dingen in.
Ten eerste, ’t kind dient wat betreft zijn neurologische en psychologische ontwikkeling toe te zijn aan lezen en schrijven. In dit geval moet ’t in fase 14 (gemiddeld 6,5-8,5 jaar) zitten. Bij Gerda die GERDA, MAMA en PAPA kan schrijven, kan men dat als volgt controleren. Als ze meteen (dus zonder voorzeggen en dergelijke) woorden als REM, MEP en DAG kan lezen (dus woorden die met de letters van GERDA, MAMA en PAPA te maken zijn), zit ze in dit opzicht in fase 14.
Ten tweede, als ’t (fase-14-)kind bijvoorbeeld al de letters e, n, a, t, i, r, o, d, s, l, g, v en h kent, kan men ’t de letter k laten ontdekken met afbeeldingen van ’n kat, ’n sok, ’n dak, ’n hark, ’n hok en ’n kast met daaronder de woorden ‘kat’, ‘sok’, ‘dak’, ‘hark’, ‘hok’ respectievelijk ‘kast’. Dat is voldoende én om aan de hand van 1 of 2 afbeelding-woord-combinaties over ’t letterteken ‘k’ ’t vermoeden op te werpen dat dat voor de /k/-klank staat, én om dat vermoeden bij de overige afbeelding-woord-combinaties na te trekken om tot de conclusie ‘houdbaar’ te komen.
Niet alle lettertekens en schriftconventies kunnen op die manier ontdekt worden, zoals de allereerste lettertekens en ’t feit dat ‘i’ voor de klank /i/ in /lip/ staat en ‘ie’ voor de klank /ie/-klank in /liep/. Daarvoor geldt dat ’t kind dit kan ontdekken in samenspraak met de leerkracht en de klasgenoten.
Zelf ontdekken bevordert de creativiteit (bijvoorbeeld in vergelijking met voorgekauwd krijgen en/of van buiten leren) en legt de best denkbare basis voor ’t leren leren.

Wilt u meer informatie over dit artikel? Schrijft u dan aan infostichtinghistos.nl.

Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.

—————————————————————————————

Laatste bewerking van deze webpagina: 10 mei 2010.