Zo ontdek ik het lezen!, deel 1

Zo ontdek ik het lezen!, deel 1
(Rotterdam, Gelling, 2013)

Inhoudsopgave
1. Samenvatting van de handleiding
2. Samenvatting van het werkboek
3. Voordelen van ontdekkend leren lezen
4. Demonstratievideo’s
5. Leerkrachten vertellen over werken met Zo ontdek ik het lezen!
6. Artikelen over ontdekkend leren lezen
7. Leesboekjes bij deel 1

—————————————————————————————

1. Samenvatting van de handleiding
Van Zo ontdek ik het lezen! is deel 1 op 11 juli 2013 verschenen. Het gaat over het ontdekkend leren lezen door kinderen van louter klankzuivere woorden.

Hoofdstuk 1. Op weg naar ontdekkend leren lezen
U bepaalt of een kind een oudere peuter (gemiddeld 3 jaar en 9 maanden – 4,5 jaar) of een kleuter (gemiddeld 4,5-6,5 jaar) is, onder emeer met vragen als ‘Wat is het langste woord: /reus/ of /kaaboutər/?’. De peuter antwoordt ‘/Reus/, want een reus is veel groter dan een kabouter’ en de kleuter ‘/Kabouter/, want je zegt “reus” maar “kaa-bou-tər”. Ook laat u het kind zichzelf tekenen. De oudere peuter tekent één kring voor hoofd én romp, terwijl de kleuter daar twee kringen voor tekent: één kring voor het hoofd en één kring voor de romp.
De kleuter kan eenvoudige klankanalyse doen zoals het hakken van ‘voet-bal’ en rijmen en vormoefeningen zoals overtrekken en uitknippen.
Als u zich afvraagt of een kind leesrijp is, doet u de schrijfproef en de leesproef. In de schrijfproef laat u het kind woorden en letters schrijven die het zich in zijn vrije spel eigen heeft gemaakt. Oscar schrijft bijvoorbeeld zijn naam, /mama/ en /papa/ als OSCAR, MAMA en PAPA. Dit zijn zijn schrijfsels van dat moment. In de leesproef maakt u met de letters uit Oscars schrijfsels klankzuivere nieuwe woorden van drie en vier letters, zoals MOP en SPAR. Als hij die leest én als er in zijn schrijfsels geen spiegelingen en verwisselingen zitten, is hij leesrijp.

Hoofdstuk 2. Opzet van het werkboek
Het werkboek, voor de leerlingen, is thematisch opgezet. Dat wil zeggen dat er in elk hoofdstuk één onderwerp aan bod komt. Het onderwerp is bijna altijd een nieuwe letter. Een hoofdstuk wordt niet systematisch doorgewerkt maar wordt op een vanzelfsprekende manier over vele lessen verspreid.
Dan wordt de opbouw van een hoofdstuk geschetst. De meeste hoofdstukken bestaan uit twaalf oefeningen. De drie belangrijkste zijn:
* het ontdekken van een nieuwe letter op een ontdekbladzijde; zie afbeelding 1 en hoofdstuk 7,
* het lezen van woorden; zie afbeelding 2,
* het lezen van zinnen; zie afbeelding 3. Er zijn zes soorten zinnen: naamzinnen als ‘rik tikt’ en ‘kees tikt’, overige zinnen van twee woorden, zinnen van drie woorden, zinnen van vier woorden, zinnen van vijf woorden en zinnen van zes en meer woorden.
Wat het lezen betreft, centraal staat het zogeheten schakelende lezen. Daarin wordt ‘korst’ gelezen als ‘k, o; ko; r; kor; s; kors; t; korst’. Het blijkt dat daarmee kinderen al heel gauw ook woorden als ‘karton’ en ‘voorkant’ kunnen lezen, terwijl ze daarmee vastlopen in het zogeheten rijgende lezen. Daarin wordt ‘korst’ gelezen als ‘k, o, r, s, t; korst’: na het hakken van het woord moet het kind vijf klanken in één keer samenstellen tot een woord.

ontdekblad 'k'
Afbeelding 1. Ontdekbladzijde voor de letter ‘k’.

leesblad 'k'
Afbeelding 2. De leeswoorden bij de letter ‘k’.

zinblad 'k'
Afbeelding 3. De leeszinnen bij de letter ‘k’.

Hoofdstuk 3. Klankanalyse in Zo ontdek ik het lezen!
De kleuter doet in het kader van zíjn vrije spel (en niet in het kader van uw begeleide spel) twee soorten klankanalyse. De eerste is vanuit het hakken van ‘voetbal’ tot ‘voet-bal’ komen tot het hakken van ‘vos’ tot ‘v, o, s’. De tweede soort klankanalyse is het leren onderscheiden tussen /e/ van ‘leg’ en /ee/ van ‘leeg’, tussen /a/ en /aa/, tussen /o/ en /oo/, tussen /i/ en /ie/ en tussen /u/ en /uu/.

Hoofdstuk 4. Termen en symbolen
Voor de communicatie met de leerling(en) worden vier termen geïntroduceerd: ‘ontdekbladzijde’ (daarop kan een nieuwe letter ontdekt worden), ‘woordbladzijde’ (daarop staan onder meer de te lezen woorden), ‘zinbladzijde’ (daarop staan onder meer de te lezen zinnen) en ‘schrijfbladzijde’ (daarop staat de schrijfoefening van hele woorden).
Eveneens voor de communicatie met de leerling(en) worden zeven symbolen geïntroduceerd. Een potlood betekent bijvoorbeeld dat het kind op die plaats een schrijfoefening doet en een lezend kind dat er een leesoefening staat.

Hoofdstuk 5. Begeleiding bij het werkboek
Per hoofdstuk van het werkboek worden alle oefeningen beschreven. Omdat vanaf een zeker punt de hoofdstukken dezelfde opbouw hebben, wordt vanaf dat punt terugverwezen naar een eerder hoofdstuk.

Hoofdstuk 6. De ontwikkeling van lezen en schrijven
De theorie achter de hoofdstukken 1, 2, 3 en 5 wordt uiteengezet.
Tussen gemiddeld 3 jaar en 8,5 jaar zijn er vier soorten lezen en schrijven. Ze worden aan de hand van voorbeelden beschreven en verklaard vanuit de vier verschillende psychologische structuren waar het kind in die periode achtereenvolgens over beschikt: ‘gericht concreet-feitelijk’, ‘wederzijds concreet-feitelijk’, ‘onomkeerbaar abstract-logisch’ en ‘omkeerbaar abstact-logisch’.
Vanwege deze ontwikkeling is de kleuter (gemiddeld 4,5-6,5 jaar), die over ‘onomkeerbaar abstract-logische verbanden’ beschikt, in staat tot klankanalyse en vormoefeningen (zie hoofdstuk 1), maar niet tot lezen.
Het jonge schoolkind (gemiddeld 6,5-8,5 jaar), dat over ‘omkeerbare abstract-logische verbanden’ beschikt, kan leren lezen (en leren schrijven).
De schrijfproef en de leesproef (zie eveneens hoofdstuk 1) worden uitvoerig uiteengezet en toegelicht. Bij twijfel over de vraag of een kind leesrijp is of niet, kan men ook de herkenproef doen. Daarin gaat u na of het kind spiegelingen en verwisselingen in zijn eerdere schrijfsels herkent of niet. Niet-herkennen duidt erop dat het kind niet-leesrijp is en herkennen dat het wel leesrijp is.

Hoofdstuk 7. De theorie van het ontdekkend leren lezen
In afbeelding 1 staat een voorbeeld van een ontdekbladzijde. In eerdere hoofdstukken heeft het kind de letters ‘a’, ‘t’, ‘s’, ‘l’, ‘e’, ‘r’, ‘v’ en ‘o’ ontdekkend geleerd. Nu ontdekt het aan de hand van de afbeeldingen van een kat, een slak, een kers en een vork en de woorden ‘kat’, ‘slak’, ‘kers’ en ‘vork’ dat ‘k’ een nieuwe letter is én hoe hij klinkt, namelijk als aan het begin en eind van het woord /koek/.
Een ontdekwoord voldoet aan drie voorwaarden:
* Het is klankzuiver.
* Een Nederlandstalig kind van zes, zeven jaar is ermee vertrouwd.
* Het bestaat uit drie of vier klanken.
Een ontdekbladzijde voldoet ook aan drie voorwaarden:
* Er staat slechts één nieuw letterteken op.
* Het geheel stelt het kind in staat om vermoedens te krijgen over de klankwaarde van de nieuwe letter.
* Het geheel stelt het kind in staat om zijn vermoedens na te trekken.
Het ontdekkende van ontdekkend leren lezen is geheel gelijk aan het ontdekkende van ontdekkingen in de geschiedenis van wetenschap en techniek. Ook in die ontdekkingen is er iets nieuws/onbekends, krijgt de ontdekker vermoedens over de betekenis van dat nieuwe/onbekende en trekt hij zijn vermoedens na aan nieuw materiaal. Het kind dat ontdekkend leert lezen, leert dan ook niet alleen lezen maar leert ook leren.

Hoofdstuk 8. Voorbeelden van de schrijfproef en van de leesproef
Van elf kinderen worden voorbeelden gegeven van de schrijfproef. Met acht van hen kon de leesproef worden gedaan. Ook die staan afgedrukt.

Prijs: € 45,00 (exclusief 6% BTW)

Informatie en bestelling: info@stichtinghistos.nl.

—————————————————————————————

Correcties
Op p.9 staat ‘Frank te Kiefte’. Er moet staan: ‘Frank de Kiefte’.
Op p.128 staat ‘/də-o-li-fant-‘. Er moet staan: ‘/də-oo-lie-fant-‘.
Op p.129 staat ‘/goe-də-na-vont/’. Er moet staan: ‘/goe-də-naa-vont/’.
Op p.134 staat ‘logo met KLM’. Er moet staan: ‘logo zonder KLM’.
Op de achterflap staat ‘www.kinderinfo.nl’. Er moet staan: ‘www.wij.nl’.

Deze correcties zullen in de eerstvolgende druk worden verwerkt.
Wilt u andere fouten die u tegen komt, doorgeven aan info@stichtinghistos.nl? Bij voorbaat dank!!

—————————————————————————————

2. Samenvatting van het werkboek
Het werkboek opent met een hoofdstuk over rechte lijnen. De leerling kan op drie bladzijden rechte lijnen en figuren die louter uit rechte lijnen bestaan, tekenen. Daarna volgt een hoofdstuk van drie bladzijden voor kromme lijnen en figuren die louter uit kromme lijnen bestaan.
Dan volgt het hoofdstuk over de letters ‘e’ en ‘n’. Dat doet het nog niet helemaal zelfstandig maar met u samen. Zie afbeelding 4.

ontdekblad 'e' en 'n'
Afbeelding 4. Bovenste deel van de ontdekbladzijde voor de letters ‘e’ en ‘n’.

Het blijkt dat een leesrijp kind er geen probleem mee heeft om in de twee regels van afbeelding 4 twee ‘zinnen’ te zien. Het leest de eerste zin als ‘zon en maan’ of als ‘de zon en de maan’ – het leest het woord ‘en’ dus als /en/ en daar gaat het om.
Dan gaat u samen naar het onderste deel van de ontdekbladzijde voor de letters ‘e’ en ‘n’. Zie afbeelding 5. Daarop staan de woorden ‘een’ en ‘nee’. De afbeelding links herkent het kind vrijwel meteen, maar bij de afbeelding rechts zult u bij veel kinderen moeten voordoen dat de pijlen betekenen dat het kind met zijn hoofd schudt.

ontdekblad 'ee'
Afbeelding 5. Onderste deel van de ontdekbladzijde voor de letters ‘e’ en ‘n’.

Het kind kent dus drie klanken: /e/, /n/ en /ee/. Het doet daar nog tien oefeningen mee, zoals klankanalyse, schrijven van ‘e’ en van ‘n’ en tekenen van bij elkaar horende tweetallen met telkens het woord ‘en’ ertussen geschreven, zoals ‘jongen en meisje’, ‘recht en krom’ en ‘rood en groen’.
Nadat het kind de ontdekbladzijde voor ‘→’ heeft gedaan, kan het zijn eerste ontdekbladzijde helemaal zelfstandig doen. Zie afbeelding 6.

ontdekblad 't'
Afbeelding 6. Ontdekbladzijde voor de letter ‘t’.

Enzovoort, want na de letter ‘t’ komt de letter ‘s’ die het kind ontdekt aan de hand van de woorden ‘nest’, ‘steen’ en ‘snee’.

Prijs: € 11,95 (exclusief 6% BTW)

Informatie en bestelling: info@stichtinghistos.nl.

—————————————————————————————

Correcties
In het hoofdstuk bij de letter ‘j’ staat in de te lezen woorden ‘jahkals’. Dit moet ‘jakhals’ zijn.
In de vijfde kolom van de te lezen woorden bij de letter ‘l’ staat nu op de vierde tot en met zesde plaats: ‘taalles aantal leesles’. Vanwege de ‘ll’ in ‘taalles’ moet dit zijn: ‘aantal leesles taalles’.

Deze correcties zullen in de eerstvolgende druk worden verwerkt.
Wilt u andere fouten die u tegen komt, doorgeven aan info@stichtinghistos.nl? Bij voorbaat dank!!

—————————————————————————————

3. Voordelen van ontdekkend leren lezen

I. De twee belangrijkste voordelen zijn:

1. Ouders, inspectie en andere geïnteresseerden kunnen zien:
* of een kind leesrijp is of niet (schrijfproef en leesproef);
* dat de kleuter zich optimaal voorbereidt op het leren lezen wanneer het eenmaal een jong schoolkind zal zijn, namelijk door klankanalyse en vormoefeningen te doen;
* dat het jonge schoolkind ontdekkend leert lezen.

2. Te gebruiken bij de kinderen van groep 2, die leesrijp zijn geworden. Per maand wordt ongeveer 1% van de kinderen in groep 2 leesrijp.

II. Overige voordelen zijn:

1. Zo ontdek ik het lezen! is de goedkoopste Nederlandstalige leeslijn. Een handleiding kost € 45,00 en een werkboek € 9,90.

2. Zo ontdek ik het lezen! telt vier deelpakketten:
* De leeslijn is in de allereerste plaats een lijn voor technisch lezen;
* ze doet in oefening 7 van de hoofdstukken van deel 1 woordenschat;
* ze doet in de oefeningen 7 en 10 van de hoofdstukken van deel 1 begrijpend lezen;
* ze doet spelling in het in 2018 uit te komen deel 3 (‘goed’, ‘web’, ‘molen’, ‘mollen’, ‘hij wordt’ en dergelijke).

3. Pas na het klankzuivere deel 1 worden complicaties als ‘ij’, ‘oe’ en ‘hand’ behandeld, namelijk in deel 2 (‘ij’ en ‘oe’) en deel 3 (‘hand’). Veel leesmethodes doen dit anders, bijvoorbeeld ‘aa’ –> ‘a’; ‘i’ –> ‘ij’ –> ‘j’; ‘oo’ –> ‘oe’ –> ‘o’. Dit is verwarrend voor een kind dat leert lezen.

4. Het werkboek bij Zo ontdek ik het lezen! is een mooie herinnering voor later.

5. Het kind is optimaal zelfwerkzaam.

6. De leerkracht instrueert niet maar ziet toe en begeleidt.

7. In schakelend lezen plakt het kind steeds twee inhouden aan elkaar: het leest LAMP bijvoorbeeld als ‘L, a; la; m; lam; p; lamp’. Met schakelend lezen leest het spoedig woorden van vijf letters en meer.

8. In de niet-leesdelen van Zo ontdek ik het lezen! herstelt of handhaaft het kind de balans tussen waarnemen en handelen (schrijven van de letter, tekenen van een gelezen zin, lettervorm met lichaam).

9. Het kind leert niet slechts lezen maar leert ook leren.

10. Het kind verdoet geen tijd met opgeleukte onderdelen van de leeslessen, zoals het bekijken van filmpjes.

11. Montessorischolen, Vrije Scholen, Jenaplanscholen, EGO-scholen en dergelijke kunnen er hun identiteit weer mee versterken.

12. Goed te gebruiken op kleine scholen omdat kinderen daar vanaf groep 1 betrekkelijk individueel begeleid worden en zelfstandig leren werken.

13. Althans bij lezen verdwijnt het geboortemaandeffect, dat ontstaat door met kalenderleeftijdgroepen te werken (als de datum bijvoorbeeld op 1 september ligt, is een kind dat op 2 september jarig is bijna één jaar ouder dan een kind dat op 31 augustus jarig is).

4. Demonstratievideo’s
Er zijn video’s over de belangrijkste onderdelen van Zo ontdek ik het lezen!, deel 1.
De video’s zijn samengesteld door Ewald Vervaet, de auteur van Zo ontdek ik het lezen! Zie ontdekkendlerenlezen.nl/demonstratiefilms.

5. Leerkrachten vertellen over werken met Zo ontdek ik het lezen!
Op 20 april 2016 is het congres ‘We willen weer gewoon goed (lees)les kunnen geven!’ gehouden.
Één van de spreeksters was Esther Meima. Klik hier voor haar presentatie.
Een andere spreekster was Annelies Lettink. Klik hier voor haar presentatie.

6. Artikelen over ontdekkend leren lezen
In de ‘Psychosociale Courant’ van november 2013 heeft een artikel over ontdekkend leren lezen gestaan. Klik hier.
In ‘Zorg primair’ (CNV-Onderwijs) van april 2017 heeft een artikel over late lezers gestaan. Klik hier.

7. Leesboekjes bij deel 1
Vanaf 29 mei 2017 zijn er leesboekjes beschikbaar bij deel 1. Klik hier.

—————————————————————————————

Laatste bewerking van deze webpagina: 29 mei 2017