Struktuur en genese, 2025 (vol.37)
Inhoudsopgave
Ewald Vervaet, met medewerking van Philip Bakker, Leescrisis: uitkomst van 45 jaar consequent verkeerd onderwijsbeleid, p.4-98
—————
Samenvatting van ‘Leescrisis: uitkomst van 45 jaar consequent verkeerd onderwijsbeleid′:
1. De leescrisis en haar verklaring
Nederland verkeert al enkele jaren in een leescrisis. Dat wil zeggen, jongeren begrijpen alsmaar slechter wat ze lezen; dat ze minder lezen en meer van een scherm, doet er voor de leescrisis niet toe.
Het percentage kinderen/jongeren dat voldoende punten behaalde voor het begrip van teksten stond in 1984 op zijn hoogst: 93% begreep teksten van een bepaald nivo voldoende. Dat percentage daalt sindsdien – op een kleine opleving in 2006-2012 na – tot 65% in 2022.
De verklaring van het artikel voor de leescrisis is tweeledig:
* Kennis wordt ontkend of genegeerd, namelijk die over de psychologische leesontwikkeling van het kind.
* Feiten zijn vervangen door schijnfeiten, namelijk psychologische feiten over die ontwikkeling door psychometrische en inferentieel-statistische schijnfeiten over gemiddeldes en afwijkingen daarvan. Schijnfeiten? Ja, rekenkundig zijn dat feiten, maar psychologisch en/of onderwijskundig zijn het dat niet.
2. De schrijf- en leesontwikkelingen tussen 3;0 en 8;6
* Ongeveer 3;0-3;9 (jonge peuter):
Anke schrijft krabbel op krabbel: vrijvormig schrijven.
Ze herkent haar naam, maar dat is vanwege het visje dat ernaast is geplakt en het glijbaantje dat ze in ‘N’ ziet: etiketlezen.
* Ongeveer 3;9-4;6 (oudere peuter):
Anke schrijft ‘Anke’ en ‘Mireille’ (zus) met eigen lettertekens, waar geen vaste klanken mee overeen komen – [ÞO (‘Anke’) en Þ[O (‘Mireille’): eigenfiguurlijk schrijven.
Ze tikt geregeld op een toetsenbord zomaar wat in; ze meent dan dat er ‘ik kom logeren’ of ‘ik heb een nieuwe pop’ staat: fantasielezen.
* Ongeveer 4;6-6;6 (kleuter):
Anke schrijft de lettertekens van haar omgeving, waar vaste klanken mee overeen komen, maar er kunnen spiegelingen (‘И’, ‘Ǝ’) of verwisselingen (/oomaa/ als ‘mOA’) in zitten: spiegelbeeldige schrijven.
U maakt met haar letters in ‘AИKƎ’ en ‘MAMA’ nieuwe klankzuivere woorden en laat u haar die lezen – dit is de leesproef. Het woord ‘KAM’ leest ze als ‘K, a, m’: louter hakken. Na enige tijd raadt ze een woord bij de klanken /k/, /a/ en /m/, zoals ‘kat’ of ‘dak’: hakken-en-gissen.
* Ongeveer 6;6-8;6 (jonge schoolkind):
Anke schrijft eveneens de lettertekens van haar omgeving, maar dan zonder spiegelingen of verwisselingen: conventioneel schrijven.
U maakt met haar letters in ‘Anke’ en ‘MAMA’ weer nieuwe klankzuivere woorden die u haar laat lezen. Het woord ‘KAM’ leest ze als ‘K, a, m; kam’: hakken-en-plakken. Na enige tijd verkort het hakken-en-plakken zich tot ‘Kam’: onmiddellijk of vloeiend lezen. Ook had ze ‘K, a, m; kat; nee, kam’ kunnen zeggen. Dit is een zelfverbetering.
Leesrijpheid
Een leesrijp kind schrijft en leest op het nivo van het jonge schoolkind. Leesrijpheid wordt vastgesteld met de leesrijpheidstoets die uit twee proeven bestaat:
In de schrijfproef vraagt u het kind namen en woorden op te schrijven die het kan (tot en met de kleuter komt dat neer op ‘meent te kunnen’) schrijven.
In de leesproef maakt u met haar letters nieuwe klankzuivere woorden en vraag u het kind die te lezen.
De verklaring voor beide ontwikkelingen
De jonge peuter functioneert met onomkeerbare/eenzijdige verbanden die uit louter concreet-feitelijke elementen bestaan. Daarom kan hij niet bedenken dat lettertekens voor klanken staan en ziet er een figuur in: in ‘V’ een vogel, in ‘N’ een glijbaan, enzovoort. En daarom schrijft hij krabbel op krabbel.
De oudere peuter functioneert met omkeerbare/tweezijdige verbanden die uit louter concreet-feitelijke elementen bestaan. Daarom kan ook hij niet bedenken dat lettertekens voor klanken staan, maar brengt hij wel letterelementen op stelselmatige manier bij elkaar waardoor hij eigen lettertekens maakt, die echter niet voor vaste klanken staan.
De kleuter functioneert met onomkeerbare/eenzijdige verbanden die ook abstract-logische elementen bevatten. Daarom kan hij bedenken dat lettertekens voor klanken staan, hoewel de vorm ‘N’ niets met de klank /n/ te maken heeft. Er kunnen echter gespiegelde letters en letterverwisselingen in zijn schrijfsels staan en de klanken van letters kan hij vanwege het onomkeerbare/eenzijdige niet aan elkaar plakken tot het woord dat er staat.
Het jonge schoolkind functioneert met omkeerbare/tweezijdige verbanden die ook abstract-logische elementen bevatten. Daarom verdwijnen de spiegelingen en de letterverwisselingen en kan hij eerst hakken-en-plakken en later onmiddellijk of vloeiend lezen.
Wat is schrijven? Wat is lezen?
Schrijven en lezen zijn geen taalvermogens, maar (de)coderingsvermogens.
Schrijven en lezen zijn geen culturele verschijnselen maar ontwikkelingspsychologische verschijnselen waar wel culturele aspecten aan zitten, zoals de vormen van de lettertekens – in het Nederlands zijn die anders dan in het Oekraïens en dan in het Arabisch.
3. De psychometrie en haar gebruik in het onderwijs
De psychometrie wordt op drie manieren in het onderwijs gebruikt:
* bij het toetsen van leerlingen, zoals in Cito-tests;
* bij het ontwerpen van methodes, zoals in Directe Instructie (DI);
* bij het toetsen van leerkrachten, zoals in de Monitor Leskwaliteit.
De drie belangrijkste soorten onderwijstests zijn:
* meerkeuzetests, met een keuze uit doorgaans 3 of 4 antwoordmogelijkheden;
* vragenlijsten, met een keuze uit doorgaans 3 of 4 antwoordmogelijkheden;
* puntsschalen, met in een 5-puntsschaal bijvoorbeeld een keuze uit ‘Nee!’, ‘Nee.’, ‘weet niet/geen mening’, ‘Ja.’ en ‘Ja!’.
Puntentoekenningen
Gegeven antwoordmogelijkheden is het eerste kenmerk van een test. Het tweede kenmerk is dat men voor een gekozen antwoord een aantal punten krijgt.
In een meerkeuzetest levert het juiste antwoord doorgaans 1 punt op en een onjuist antwoord 0 punten.
In een vragenlijst met 4 antwoordmogelijkheden leveren de antwoorden doorgaans 1, 2, 3 respectievelijk 4 punten op.
In een 5-puntsschaal levert ‘Nee!’ doorgaans 1 punt op, ‘Nee.’ 2 punten, ‘weet niet/geen mening’ 3 punten, ‘Ja.’ 4 punten en ‘Ja!’ 5 punten – of omgekeerd. Of 0-4 punten of omgekeerd.
Psychometrische puntentoekenning zijn psycholoog leeg
De puntentoekenningen van de psychometrie zijn in psychologisch opzicht leeg en willekeurig. In psychologisch opzicht leveren ze daarom schijnfeiten op. Er komen namelijk geen verhoudingen mee overeen tussen psychologische verschijnselen.
Stel, men wil leesplezier ‘meten’ met deze 5-puntsschaal:
0 geleende boeken per maand: 0 punten
1-4 geleende boeken per maand: 1 punt
5-8 geleende boeken per maand: 2 punten
9-12 geleende boeken per maand: 3 punten
13 of meer geleende boeken per maand: 4 punten
Om vele redenen is dit willekeurig. Om er één te noemen: 1, 2, 3 en 4 boeken zou even veel waard zijn, precies zoals 5, 6, 7 en 8 boeken dat zouden zijn, maar tussen 4 en 5 boeken zou een sprong van 1 punt zijn – er is geen enkele psychologische aanleiding om te veronderstellen dat dit in psychologisch opzicht zinvol zou zijn.
‘Achterstand’ en training versus klank- en vormspelletjes
Psychometrische tests worden ondanks die psychologisch leegheid in het onderwijs gebruikt. Daar vloeien allerlei oneigenlijkheden uit voort. De meest schrijnende oneigenlijkheid is dat een kind dat volgens de leesrijpheidstoets (zie hierboven) niet leesrijp is, volgens een psychometrische test ‘achterstand’ zou hebben en daarom training zou dienen te krijgen in letterkennis of zelfs in het lezen van eenvoudige woordjes.
Zo’n kind heeft echter geen achterstand maar is op het leesdomein nog een kleuter (zie §2) en wordt eventueel laat leesrijp, bijvoorbeeld pas met 7;6. Zo’n kind dient geen training in letterkennis of lezen te krijgen, maar dient klank- en vormspelletjes te doen: rijmen; legpuzzels.
Klank- en vormspelletjes zijn voorwaardenscheppend onderwijs. Letter(teken)s hebben immers vormen en staan voor klanken.
4. De ontkenning van de psychologische ontwikkeling tussen 1965 en 2025
De psychologische ontwikkeling, ook die van het schrijven en van het lezen van §2, worden gedurende de afgelopen 60 jaar in het overheidsbeleid stelselmatig ontkend.
Het artikel geeft 23 voorbeelden van die onterechte ontkenning.
1. 1965: volgens de geestelijke vader van de basisschoolgedachte zouden kleuters woorden als ‘ra-men’, ‘bal-len’ en ‘broodmes’ moeten kunnen lezen.
2. 1977: de regering ziet de kleuterfase als een breuklijn, die zou moeten verdwijnen.
3. 1981: de Wet op het Basisonderwijs zet de poort open voor kleuteronderwijs met letterkennis en lezen.
4. 1992: ‘zingend lezen’ zou louter-hakken van de kleuter en hakken-en-plakken van het jonge schoolkind moeten ‘voorkomen en tegengaan’.
5. 1994: de commissie die het basisonderwijs, dat in 1985 is ingevoerd, evalueert, ziet de kleuterfase als een breukvlak, dat zou moeten verdwijnen.
6. 1994: ‘ontluikende geletterdheid’ zou ‘beginnende geletterdheid’ kunnen ‘stimuleren’, ook bij kinderen die niet leesrijp zijn.
7. 1996: het Expertisecentrum Nederlands wordt opgericht, onder meer om ‘knelpunten’ in het leesonderwijs aan te pakken, maar draagt juist bij aan een verdere daling van de leesvaardigheid.
8. 2000: kleuters uit ‘risicogroepen’ zouden tot ‘ontluikende geletterdheid’ gestimuleerd kunnen worden en ‘schoolrijp’ gemaakt kunnen worden.
9. 2000: kleuters zouden letternamen moeten leren, terwijl dan al honderden jaren bekend is dat letternamen het leren lezen verstoren; een kind leest MES dan als ‘Em, ee, es; emmeeës’ en haalt zijn schouders vertwijfeld op.
10. 2006: de onderwijsinspectie beveelt letterkennis in onderwijs aan kleuters aan, zonder de vraag naar rijpheid of niet te stellen.
11. 2007: het CPS bepleit onderwijs aan driejarigen in letters zodat ze ten minste tien letters kennen als ze in groep 1 komen; voor de positieve werking daarvan zou bewijs zijn, maar bij naspeuren blijkt dat er helemaal niet te zijn…
12. 2008: volgens een universiteitshoogleraar in de ontwikkelingspsychologie zou het kind, dat pas rond 1440 zou zijn ontstaan, rond 1975 weer verdwenen zijn; de ontwikkelingen van §2 zijn in 2025 echter nog een feit.
13. 2010: volgens het Cito zou tempolezen, lezen van een tekst of woordenlijst in een zo kort mogelijke tijd, de leesvaardigheid verbeteren.
14. 2010: volgens de Onderwijsraad zouden ‘vaste ontwikkelingsfasen achterhaald’ zijn, maar hij geeft daar geen bewijs voor.
15. 2011: ter voorkoming van dyslexie en andere leesproblemen beveelt het Expertisecentrum Nederlands aan om in de groep 1 en 2 de ontwikkeling van geletterdheid zoveel mogelijk te stimuleren.
16. 2015: Directe Instructie, die stelt dat het bewezen is dat de psychologische ontwikkeling niet bestaat, wordt in ons land geïntroduceerd en neemt snel een hoge vlucht; dat bewijs is echter zeer ondeugdelijk.
17. 2017: het Expertisecentrum Nederlands doet aanbevelingen om leesproblemen te voorkomen; zo zouden ‘gesproken en geschreven taal’ bij kleuters zo veel mogelijk gecombineerd moeten worden.
18. 2020: een leesonderwijsdeskundige meent dat ondanks het Expertisecentrum Nederlands de leesvaardigheid sterk achteruit is gegaan; volgens het artikel is het niet ‘ondanks’ maar ‘dankzij’…
19. 2022: volgens het Kohnstamm Instituut zouden de ontwikkelingen van ‘achterstandskinderen’ als bijna rechte lijnen verlopen, dus zonder de faseovergangen van de psychologische ontwikkeling van §2.
20. 2023: volgens onder meer het Ministerie van OCW en de onderwijsinspectie zouden leerkrachten hoge verwachtingen van alle leerlingen moeten hebben; kennis over ontwikkelingen als in §2 komt niet aan bod.
21. 2023: de regering zet haar plan uiteen om een experiment te starten met peuter-kleutergroepen; dit om de overgang naar groep 1 van de basisschool ‘voor meer kinderen soepel te laten verlopen’.
22. 2024: twee landelijke expertisecentrum stellen dat een strikte stadia-indeling ingehaald zou zijn – met een misverstand over dat strikte en zonder bewijs voor dat ingehaalde.
23. 2025: volgens de onderwijsinspectie zou er ‘doelgericht’ gewerkt kunnen worden aan de leesontwikkeling.
5. Belang van psychometrische tests tussen 1994 en 2025
Psychometrische testuitslagen worden gedurende de afgelopen 31 jaar in het overheidsbeleid stelselmatig erkend, ondanks hun psychologische leegheid (§3).
Het artikel geeft 23 voorbeelden van die onterechte erkenning.
1. 1994: de commissie van §4,5 beveelt ter verbetering van het basisonderwijs onder meer het gebruik van een statistisch genormeerd leerlingvolgsysteem en een regelmatige evaluatie met statistisch genormeerde instrumenten aan.
2. 1996: een onderzoeker van het Expertisecentrum Nederlands (van §4.7) spreekt zich indirect positief uit over psychometrie en inferentiële statistiek en gebruikt beide uitvoerig in zijn werk.
3: 1997: voor AVI geldt de statistisch bepaald formule 195 – 2.lz – 200.lwg/3, met lz = aantal woorden per zin en lwg = aantal lettergrepen per woord; voor CitoIndex LeesTechniek geldt een soortgelijke formule.
4: 2000: het Expertisecentrum Nederlands vergelijkt onderwijs in de groepen 1 en 2 statistisch met elkaar en meent dat beginnende geletterdheid bij risicokleuters bevorderd zou kunnen worden met telefoongesprekken.
5. 2000: ondanks dat al vele eeuwen bekend is dat letternamen het leren lezen verstoren, menen onderzoekers van het Expertisecentrum Nederlands het belang van letternamen voor leren lezen statistisch aangetoond te hebben.
6. 2006: de Onderwijsraad bepleit dat het onderwijs zo veel mogelijk evidence based wordt, dus gebaseerd op psychometrie en inferentiële statistiek.
7. 2007: het CPS stelt dat ’tien letters vóór groep 1′ (§4.11) niet zomaar een mening is maar op vele feiten is gebaseerd uit onderzoek dat ‘op evidentie is gebaseerd’.
8. 2010: door tempolezen (§4.13) wordt het verschijnsel dyslexie voortaan langs inferentieel-statistische weg bepaald, zonder oog voor kenmerkende verschijnselen als spiegelen, verwisselen en radend lezen.
9. 2010: de Onderwijsraad onderbouwt zijn advies voor kleuteronderwijs los van de psychologisch ontwikkeling (§4.14), met psychometrisch en inferentieel-statistisch onderzoek.
10. 2010: referentienivo’s, gebaseerd op een beheersingspercentage van 75%, worden wettelijk vastgelegd; hoewel voor ‘jij wordt/word jij’ 75% pas na de basisschool wordt gehaald, bepleit de SLO onderwijs daarin vanaf groep 6.
11. 2011: het Expertisecentrum Nederlands definieert dyslexie als óf behoren tot de zwakste 10% op lezen óf tot de zwakste 16% op lezen en de zwakste 10% op spellen (zie ook §5.8).
12. 2014: om het psychometrische karakter van het toetsgebeuren in het onderwijs bevorderen en bewaken besluit de regering tot het instellen van de Expertgroep Toetsen Primair Onderwijs.
13. 2015: Directe Instructie (§4.16) staat in het ene psychometrisch en inferentieel-statistisch onderzoek op plaats 1 (van 1-9), maar in het andere op plaats 26 (van 1-138), met ontwikkelingvolgend onderwijs op plaats 2.
14. 2016: het Ministerie van OCW en de PO-Raad komen overeen om ‘het aandeel zittenblijvers in de basisschoolperiode terug te brengen van 2,2% in 2013 naar 1,5% in 2020’ en stemt de Tweede Kamer daarmee in.
15. 2017: het Expertisecentrum Nederlands bepleit bij de aanbevelingen van §4.17 gestandaardiseerde tests om ontwikkelingen te volgen en om kleuters te kunnen vergelijken met de gemiddelde kleuter.
16. 2021: het regeerakkoord stelt dat het onderwijs bij voorkeur op methodes moet worden gebaseerd, waar inferentieel-statistische ‘evidentie’ voor is en spreekt niet van psychologisch feitelijk bewijs.
17. 2022: het Kohnstamm Instituut publiceert de onderzoeksresultaten naar de ontwikkelingen van ‘achterstandskinderen’ (§4.19); in dat onderzoek wordt onder meer gebruik gemaakt van de Citotest Begrijpend Lezen.
18. 2022: de Inspectie van het Onderwijs en een universiteit brengen de Monitor Leskwaliteit uit; die beoordeelt een leerkracht met een 4-puntsschaal (zie §3) een leerkracht naar Directe-Instructie-maatstaven (§4.16 en §5.13).
19. 2023: de Tweede Kamer wenst dat de onderwijsinspectie controleert op het gebruik van ‘effectief bewezen lesmethodes’ waarvan sprake is in het regeerakkoord (§5.17).
20. 2024: het Ministerie van OCW nodigt Vervaet uit te reageren op de methodes van het onderzoek van §4.19 en §5.17 en kiest de kant van de verdediger van die methodes, hoewel deze niet op Vervaets kritiek in is gegaan.
21. 2024: de twee expertisecentra van §4.22, die ontwikkelingsstadia achterhaald achten, noemen als alternatief het werk van een psycholoog die onder meer puntsschalen van de inferentiële statistiek gebruikt.
22. 2025: de onderwijsinspectie neemt zich voor om vragenlijsten waarmee ze scholen beoordeelt, te ‘verfijnen’ met een 7-puntsschaal.
23. 2025: de regering licht bezuinigingsmaatregelen toe door onder meer naar ‘wetenschappelijk bewezen effectieve interventies’ te verwijzen, die in werkelijkheid slechts psychometrisch en inferentieel-statistisch ‘bewezen’ zijn.
6. Aanbevelingen om uit de leescrisis te komen
Conclusie. De verklaring voor de onderwijscrisis, ontkenning van ontwikkelingsfeiten en erkenning van psychologische schijnfeiten, wordt in §4-5 hardgemaakt: op alle relevante nivo’s – wetenschappelijk, politiek, onderwijskundig enzovoort – wordt tussen 1965 en 2025 de psychologische ontwikkeling ontkend of genegeerd en tussen 1994 en 2025 de psychometrie – veelal onder de noemer ‘evidence based’ – aanbevolen en ingezet.
Aanbeveling 1. Zet op de korte termijn het project ‘Ontwikkelingvolgend en Voorwaardenscheppend Onderwijs’ van de WSK in en hervorm op de langere termijn het hele onderwijs door volledig uit te gaan van de psychologische ontwikkeling van kinderen en jongeren en de psychometrie uit het onderwijs te halen.
Aanbeveling 2. Individuele (ontwikkelings)psychologen en onderwijskundigen bevelen we aan om bij zichzelf na te gaan of de twee hoofdstellingen van dit artikel misschien wel eens hout zouden kunnen snijden. In de overstap van ‘geen fasen, wel tests’ naar ‘wel fasen, geen tests’ verdisconteren ze andere factoren zoals lezen als decoderingsverschijnsel, het kwantitatieve én kwalitatieve aspect aan de psychologische ontwikkeling, de driedeling ‘goed-in-wording → goed → fout’ in plaats van de tweedeling ‘fout/goed’ en ‘late rijpheid’ in plaats van ‘achterstand’.
Aanbeveling 3. De overheid organiseert een gedachtewisseling tussen aanhangers van ‘geen fasen, wel tests’ en ‘wel fasen, geen tests’ tot er een duidelijke winnaar en een duidelijke verliezer zijn – met de KNAW of geheel gedelegeerd aan de KNAW. Dit mede vanwege het vele belastinggeld dat er naar instanties gaat, die het onderwijs – onbedoeld en ongewild maar daarom niet minder feitelijk – in een crisis hebben gebracht en die crisis hebben verdiept toen ze er eenmaal was.
Bijlagen
A1. Piagets theorie is een nagetrokken en houdbaar gebleken theorie die verschijnselen bij kinderen op het gebied van objectieve kennis verklaart, zoals met name allerlei non-conservaties ({* * * * *} is volgens kleuters meer dan [*****} omdat de eerste rij langer is dan de tweede). Trainingen, die de theorie zouden moeten weerleggen, zijn om vele redenen niet geëigend en dus staat de theorie nog steeds overeind. Theorieën achter trainingen, zoals de conditioneringspsychologie van Skinner of de zone-theorie van Vygotskij, kunnen onder meer niet verklaren dat en waarom er tussen 3;0 en 8;6 vier principieel verschillende reacties zijn op één en dezelfde opdracht.
A2 Spiegelen is geen lettertekenverschijnsel, want kleuters spiegelen figuren die in het Nederlands geen letterteken zijn, eveneens.
A3 De achterstandsgedachte is er tussen 1994 en 2025 onafgebroken. Het regeerakkoord van 2017 erkent onuitdrukkelijk dat het officiële onderwijsbeleid niet goed is want ‘Goed onderwijs voorkomt en verkleint achterstanden’. Immers, gezien de onderwijs- en leescrises is door dit onafgebroken ‘achterstandsbeleid’ het hele onderwijs op achterstand gezet.
A4 Om contrast met de leesrijpheidstoets van §2 aan te tonen wordt de N.I.P.G.-Gates-leesrijpheidstest besproken.
Bijlagen B1-14 werken 14 onderwerpen van §4 nader uit.
Bijlagen C1-4 werken 4 onderwerpen van §5 nader uit.
Wilt u het hele artikel lezen? Klik dan hier.
Geschikte onderwerpen die zich na 5 januari 2026, de verschijningsdatum van het artikel, aandienen, worden aan het artikel toegevoegd – net als aan het boek over de leescrisis dat op het artikel is gebaseerd. Klik hier.
Om terug te gaan naar de inhoudsopgave van alle afleveringen van Struktuur en genese klikt u hier.
————————————————————————————–
Laatste bewerking van deze webpagina: 14 januari 2026