Correspondentie met de staatssecretaris OCW
Op 10 augustus reageert Vervaet op het schrijven van de staatssecretaris van 6 augustus. Hij stelt andermaal dat ze weer niet op de kern van zijn kritiek is ingegaan en zonder die bijgevallen te zijn noch weerlegd te hebben blijft ze de doorstroomtoets objectief noemen. Hij kondigt aan dat hij andere stappen zal zetten, als zij opnieuw niet op de kern van zijn kritiek ingaat.
= = = = =
Amsterdam, 10 augustus 2026,
Geachte mevrouw Tielen,
Dank voor uw brief van 6 augustus. Daarin gaat u helaas weer – namelijk net als in uw brief van 23 juli – niet in op de kern van mijn artikel in de Leeuwarder Courant (of hier; zie ook twee andere kranten), namelijk dat de puntentoekenning in de doorstroomtoets geen psychologische basis heeft. Desondanks noemt u tot drie keer toe de doorstroomtoets objectief (mijn cursiveringen):
* ‘we gebruiken [de uitslag van de doorstroomtoets] enkel als een tweede objectief gegeven’,
* ‘het komen tot een objectieve toetsing/weergave’ en
* ‘De doorstroomtoets biedt een objectieve weergave van wat een leerling weet en kan’.
Mijn insteek is dus dat een puntentoekenning psychologisch gerechtvaardigd moet zijn omdat ze gebruikt wordt voor het doen van uitspraken over psychologische vermogens van leerlingen.
Voor het geval u mijn insteek begrijpt, stel ik u voor dat u niet weer blijft doen alsof de doorstroomtoets op psychologisch vlak objectief zou zijn, maar dat u óf erkent dat hij niet objectief is óf aantoont dat hij op psychologisch vlak wel degelijk objectief is. In uw twee brieven tot nu toe bewandelt u andere wegen.
Voor het geval u over mijn insteek onduidelijkheden heeft, stel ik u voor dat u me laat weten wat u daarin onduidelijk vindt. Ik zal dan de benodigde duidelijkheid graag schriftelijk of mondeling geven.
Het spijt me oprecht maar als u in een vervolgschrijven de twee eerdere zetten in uw brieven van 20 juli en 6 augustus herhaalt (niet ingaan op de kern en blijven doen alsof er psychologische objectiviteit is waar aantoonbaar slechts rekenkundige objectiviteit is), zal ik niet weer reageren en andere stappen zetten.
Met vriendelijke groeten,
E. Vervaet
P.S. Deze brief is een verkorte versie van mijn eigenlijke brief, die in de bijlage staat.
cc: minister OCW, Kamerwoordvoerders onderwijs, Leeuwarder Courant, Brabants Dagblad, BN / de Stem, Leve het onderwijs!, wij-leren.nl, WSK, BK, VOIO
= = = = =
BIJLAGE Uitvoerige versie van de brief
Amsterdam, 10 augustus 2026,
Geachte mevrouw Tielen,
Dank voor uw brief van 6 augustus. Daarin gaat u helaas weer – namelijk net als in uw brief van 23 juli – niet in op de kern van mijn artikel in de Leeuwarder Courant (of hier), namelijk dat de puntentoekenning in de doorstroomtoets geen psychologische basis heeft. Desondanks noemt u tot drie keer toe de doorstroomtoets objectief (mijn cursiveringen):
* ‘we gebruiken [de uitslag van de doorstroomtoets] enkel als een tweede objectief gegeven’,
* ‘het komen tot een objectieve toetsing/weergave’ en
* ‘De doorstroomtoets biedt een objectieve weergave van wat een leerling weet en kan’.
Voor het geval u mijn insteek begrijpt, stel ik u voor dat u niet weer blijft doen alsof de doorstroomtoets op psychologisch vlak objectief zou zijn, maar dat u óf erkent dat hij – zoals ik stel – niet objectief is óf aantoont dat hij op psychologisch vlak – en anders dan ik stel – wel degelijk objectief is. Oftewel dat u ‘uw bijval met dan wel weerlegging van mijn stelling “De [puntentoekenning] in de doorstroomtoets heeft geen psychologische basis”’ (mijn brief van 27 juli) schrijft. In uw twee brieven tot nu toe doet u geen van beide en bewandelt u andere wegen.
Als eerder geschreven: de uitslag van de doorstroomtoets kan, net zoals die van elke andere psychometrische test, slechts in psychologisch opzicht objectief zijn, indien de puntentoekenning aan de afzonderlijke vragen/items een psychologische rechtvaardiging heeft en die is er in de psychometrie per definitie niet. Een score doet volgens de psychometrische gedachtegang immers een uitspraak over de vraag of een kind de vereiste vermogens heeft om een bepaald schooltype met succes te kunnen volgen, bijvoorbeeld ‘een leerling met een score van 537, 538, 538 of 540 pas het schooladvies brugklas havo’ (Cito, Toetsen op school primair onderwijs, 2017, p.13). En dat is een cognitief-psychologische uitspraak.
Daar komt bij dat onder meer in de psychometrie de replicatiecrisis heerst: mocht de doorstroomtoets alsnog psychologisch objectief blijken te zijn (wat u tot nu toe niet heeft aangetoond), dan nog zijn zijn getalsmatige uitkomsten niet te vertrouwen want wat gisteren statistisch significant was, kan dat vandaag niet meer zijn.
Wat aan de schooladviezen op grond van de doorstroomtoets psychologisch is, is slechts hun naam. In werkelijkheid zijn ze echter leeg. Precies zoals water in een karaf geen wijn wordt door er het etiket ‘wijn’ op te plakken. Zie het kader.
_______________________________________________________________________________________________________________________

Een karaf wordt met kraanwater gevuld. Daarna plakt iemand er het etiket ‘wijn’ op. Het water in de karaf wordt daardoor geen wijn, maar blijft water… Precies zo blijft de uitkomst van een psychometrische test als de doorstroomtoets een betekenisloos getal, ook als er een psychologisch klinkend etiket op wordt geplakt als ‘brugklas havo is best passend’ of ‘basisberoepsgerichte leerweg is best passend’.
_______________________________________________________________________________________________________________________
U verwijst twee keer naar informatie op internet (landelijke normering en College voor Toetsen en Examens | CvTE). Daar staat volgens mij niet dat en hoe de puntentoekenning in de doorstroomtoets psychologisch verantwoord is. Wel staan er vele uitspraken die binnen het psychometrische denkkader vallen, zoals over itemrespons, kalibratie, normering, parameter en validering, terwijl het woord ‘psychologisch’ er komt volgens mijn woordzoeker niet in voorkomt en het woord ‘psychometrisch’ wel. Echter, ze onderbouwen dat psychometrische denkkader zelf niet en/of immuniseren niet voor de kern van mijn kritiek.
In mijn uitvoerige brief van 27 juli jongstleden schreef ik: ‘U schrijft: “Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb kunnen uitleggen waarom het ministerie het belangrijk vindt dat de doorstroomtoets behouden blijft”. Ik hoop dat u na het bovenstaande zult begrijpen dat u door niet op de kern in te gaan geen begin met een uitleg van dat belang heeft gemaakt, laat staan dat u dat voldoende heeft gedaan. [nieuwe alinea] Ik kan en zal uw uitleg pas voldoende vinden als u – of iemand namens u – heeft uitgelegd dat en waarom de puntentoekenning van een psychometrische test als de doorstroomtoets een psychologische basis heeft en dus wel degelijk – anders dan ik beweer en aantoon – psychologische feiten oplevert, waar we bij het nemen van praktische besluiten, zoals het geven van een advies voor een vervolgopleiding, terecht waarde aan kunnen hechten’.
Mijn punt blijft dus staan. In plaats van die uitleg blijft u – met alle respect – maar doen alsof de doorstroomtoets objectief is. Nogmaals: dat is hij slechts op rekenkundig vlak en – zolang er geen psychologische grondslag is voor een puntentoekenning – niet op psychologisch vlak.
Voor het geval u over mijn insteek – een puntentoekenning moet psychologisch gerechtvaardigd te zijn omdat ze gebruikt wordt voor het doen van uitspraken over psychologische vermogens – onduidelijkheden heeft, stel ik u voor dat u me laat weten wat u daarin onduidelijk vindt. Ik zal dan de benodigde duidelijkheid graag schriftelijk of mondeling geven.
Het spijt me oprecht maar als u in een vervolgschrijven de twee eerdere zetten in uw brieven van 20 juli en 6 augustus herhaalt (niet ingaan op de kern en blijven doen alsof er psychologische objectiviteit is waar aantoonbaar slechts rekenkundige objectiviteit is), zal ik niet weer reageren. Daarmee dient u het oplossen van de onderwijs- en leescrises niet want hetzelfde speelt in heel het onderwijsbeleid dat immers uitdrukkelijk op statistisch bewijs (evidence based/informed) gebaseerd wil zijn en psychometrie insluit. In dat geval en voor het geval u binnen vier weken – dus vóór 8 september aanstaande – niet reageert, zal ik een afsluitende reactie geven, die ik aan de Tweede Kamer en anderen zal toesturen, ter verbetering van schooladviezen én als bijdrage aan het oplossen van de onderwijs- en leescrises.
Met vriendelijke groeten,
E. Vervaet
cc: minister OCW, Kamerwoordvoerders onderwijs, Leeuwarder Courant, Brabants Dagblad, BN / de Stem, Leve het onderwijs!, wij-leren.nl, WSK, BK, VOIO
—————————————————————————————
Laatste bewerking van deze webpagina: 1 september 2026