Correspondentie met Ester Rekers, onderwijsadviseur
Op 28 juni plaatst Ester Rekers, onderwijsadviseur op taal- en leesgebied, haar reactie op Bakkers en Vervaets artikel in De Limburger.
Ik snap het sentiment maar vanuit de wetenschap is juist veel kritiek op deze schrijver Ewalt Vervaet. De onderzoeken waar hij zich op baseert zijn achterhaald en wordt getwijfeld aan de betrouwbaarheid/validiteit. Er is juist veel bewijs voor het tegenovergestelde: kinderen die, natuurlijk op een speelse manier, vroeg in aanmerking komen met letters hebben een duidelijke voorsprong en we weten dat wanneer dit niet of onvoldoende aan bod komt op school vooral kinderen uit hogere sociale economische klassen zullen groeien en andere kinderen achter blijven. Als we alle kinderen een kansrijke start willen geven zullen we de lijn die nu is ingezet moeten blijven volgen. Dat zien we overigens niet alleen in de wetenschap maar ook in de praktijk. Toetsen gebeurt al niet meer in de kleuterklas, volgen doen we wel waarop we vooral een taalrijke, betekenisvolle leer/speelomgeving inrichten waarin ook letters (/lezen/schrijven) een belangrijke rol spelen. Het is niet óf spelen óf leren, het is een en – en. Als we af blijven gaan op ons onderbuikgevoel en pseudowetenschap zal de kloof blijven groeien en volgens mij willen we dat allemaal voorkomen.
Zie ook hier (Vriens’ Facebook-pagina).
Rekers noemt Vervaets werk dus achterhaald, onderbuiks en pseudowetenschappelijk. Kan zij dat wetenschappelijk onderbouwen? Vooralsnog niet, zoals haar reactie van 3 juli leert.
—————————————————————————————
Laatste bewerking van deze webpagina: 7 juli 2026